Blauw gooit een vier. Om een bal af te pakken van een speler moet er minstens twee ballen horizontaal of vertikaal met dezelfde kleur gelijk zijn. Blauw heeft geluk dat een blauwe voetbal al aan de blauwe voetbal van rood elkaar raakt. De blauwe speler moet dus nog één voetbal van gelijke kleur met die van de rode speler (die de bal heeft) raken. Een blauwe voetballer boven rood hoeft maar voor één dobbelsteenpunt met de klok mee te draaien zodat groen blauw die van groen rood raakt.